Citaat | Rechtbank Limburg 16 november 2016
Onder 3.14. Rechtbank Limburg 16 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Limburg 16 november 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:9897.
DB c.s. verwijst ter onderbouwing van haar doelmatigheidsverweer nog naar artikel 10 lid 3 van Richtlijn 2014/104/EU, waarin bepaald is dat de lidstaten ervoor zorgen dat de verjaringstermijn om een schadevordering in te stellen ten minste vijf jaar bedraagt. Deze Richtlijn was ten tijde van het bestaan van het Kartel echter nog niet in werking getreden en bepaalt bovendien dat lidstaten uiterlijk tot 27 december 2016 hebben om aan de Richtlijn te voldoen en dat de ten behoeve hiervan genomen maatregelen geen terugwerkende kracht mogen hebben. Daarbij komt dat artikel 10 ziet op de subjectieve verjaringstermijn. Uitdrukkelijk is in de preambule overwogen dat de lidstaten algemeen toepasselijke absolute verjaringstermijnen moeten kunnen handhaven, mits de duur van die verjaringstermijnen de uitoefening van het recht op volledige vergoeding niet praktisch onmogelijk of buitensporig moeilijk maakt, wat, zoals in de vorige alinea al overwogen, niet het geval is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2, en de alinea staat in dat document op bytes 62344 tot 63329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/879d0f7b1c55c0a53e9fc771ffc0fd6aaf9588b92d93bc7dc4807467c590fbd2 | shasum -a 256