Citaat | Rechtbank Limburg 21 maart 2017

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 21 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 maart 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:2525.

De vraag is nu, in hoeverre de rechtbank geloof hecht aan de verklaring van verdachte. In dit verband neemt de rechtbank in ogenschouw dat verdachte zijn verklaring pas tijdens de inhoudelijke behandeling op 7 maart 2017 heeft afgelegd. Weliswaar heeft verdachte het recht om zijn eigen processtrategie te bepalen en daarmee zelf te bepalen of en zo ja, wat hij op welk moment zegt, maar de situatie kan zich voordoen dat verdachte een strategie kiest, die afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring. Die situatie doet zich hier voor. De rechtbank vermag namelijk niet in te zien waarom verdachte zo lang heeft gewacht met het doen van zijn verhaal. Een verhaal dat in de ogen van de rechtbank, ware dit waar geweest, toch altijd hetzelfde zou zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc678176103c74d740c387f734d6c104240298d04d96cf266ace1869706e7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc678176103c74d740c387f734d6c104240298d04d96cf266ace1869706e7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 37568 tot 38354.