Citaat | Rechtbank Limburg 8 mei 2017

Onder 4.4. Rechtbank Limburg 8 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Limburg 8 mei 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:4263.

Hieruit blijkt niet dat [gedaagden] c.s. zich hebben verbonden tot een tegenprestatie voor het gebruik van de woning. Partijen zijn immers overeengekomen dat het maandelijks door [gedaagden] c.s. te betalen bedrag een kostenvergoeding is. De maandelijks door [gedaagden] c.s. aan Camelot verschuldigde vergoedingen zijn zo laag in relatie tot de gebruikelijke huurprijzen voor woningen als deze dat de voorzieningenrechter het aannemelijk acht dat reeds daarom in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat die vergoedingen niet zijn aan te merken als een tegenprestatie in de zin van art. 7:201 lid 1 BW. Aannemelijk is dat het inderdaad gaat om vergoedingen voor de kosten die Camelot maakt om woningen als deze tijdelijk, in afwachting van een definitieve bestemming zoals sloop, beschikbaar te krijgen en bewoonbaar te houden. [gedaagden] c.s. hebben betoogd dat de staat van onderhoud van de woningen zo slechts is dat (uitgaande van huurprijsvermindering wegens gebreken) de vergoedingen wel degelijk zijn aan te merken als reële huurprijsbetalingen. Dit betoog dient reeds verworpen te worden omdat niet voldoende gemotiveerd gesteld, noch gebleken is dat de woningen bij aanvang van de bruikleenovereenkomsten gebreken hadden, en/of dat thans gebreken het woongenot verminderen. Het (door [gedaagden] c.s gestelde en niet betwiste) feit dat Camelot winst genereert uit haar activiteiten duidt er niet, althans niet zonder meer, op dat de in rekening gebrachte vergoedingen als een tegenprestatie zijn aan te merken. Een professionele leegstandsbeheerder zal immers, net als een verhuurder, winst moeten maken om zijn onderneming op de lange termijn in stand te houden. Dat is niet alleen in haar eigen belang maar ook in het belang van woningzoekenden die zijn aangewezen op of kiezen voor woonruimte met een prijs ver beneden de gebruikelijke huurprijs. Zij hebben de consequentie daarvan, dat de bewoning kan eindigen op een niet door hen gekozen moment, te aan-vaarden. Eén en ander betekent op zichzelf niet dat het bestanddeel van de kostenvergoeding die de gebruikers betalen en die Camelot aanwendt voor de instandhouding van haar onderneming, van karakter verandert en een tegenprestatie voor het gebruik van de woning wordt. Ook het gegeven dat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] niet allen dezelfde maandelijkse vergoeding aan Camelot dienen te betalen is onvoldoende om aannemelijk te achten dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de vergoedingen tegenprestaties zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa879d62318c51c6b8b3851b6698c2a6559abbc362b7723f6b0ffd870ee315b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa879d62318c51c6b8b3851b6698c2a6559abbc362b7723f6b0ffd870ee315b, en de alinea staat in dat document op bytes 15193 tot 17750.