Citaat | Rechtbank Limburg 20 juni 2017

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 20 juni 2017

Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 juni 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:5763.

Niet alle elementen uit de tenlastelegging kunnen bewezen worden verklaard bij feit 2. De rechtbank heeft die daarom niet opgenomen in haar bewijsselectie, ook al komen die elementen voor in de verklaring van [slachtoffer 1] . Het steunbewijs voor die elementen ontbreekt. Zo zal de verdachte worden vrijgesproken van het verwijt dat [slachtoffer 1] met de hamer is geslagen. Dat geldt ook voor het element dat [medeverdachte 1] een mes op het gezicht van [naam zoon medeverdachte 1] zou hebben gericht en voor wat er gezegd zou zijn. Het zou kunnen dat aangeefster in de heftigheid van de gebeurtenis in dat korte tijdsbestek onder invloed van stress de feiten anders heeft ervaren dan er in werkelijkheid is gebeurd. De rechtbank is daarom terughoudend in het gebruik van haar verklaring op deze onderdelen en komt tot vrijspraak op die onderdelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb43bdbadc9bcb1a86280444723ba1223aff14b35f60e1e1a88e244014799e4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb43bdbadc9bcb1a86280444723ba1223aff14b35f60e1e1a88e244014799e4c, en de alinea staat in dat document op bytes 20478 tot 21341.