Citaat | Rechtbank Limburg 27 juli 2017
Onder 4.7. Rechtbank Limburg 27 juli 2017
Een alinea uit Rechtbank Limburg 27 juli 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:7481.
De vraag of partijen op 9 april 2014 een overeenkomst hebben gesloten, is voor de beoordeling van de primaire vordering van [eiseres] tot nakoming van de gestelde overeenkomst niet van belang. Indien sprake is van een overeenkomst, is dat een zogenoemde bevoegdhedenovereenkomst. De overeenkomst had dan immers betrekking op de uitoefening van de bevoegdheid van de burgemeester om de uitvoering van de bestuursdwang op te schorten. Voor zover nakoming van de overeenkomst leidt tot het nemen van een besluit (in de zin van art. 1:3 Awb), staat de weg naar de bestuursrechter open. Datzelfde geldt voor het geval geen sprake is van een overeenkomst en de burgemeester op de zitting van 9 april 2014 alleen een besluit, onder voorwaarden, over de opschorting heeft aangekondigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34edfbdd8d6974fad967c2999c919fdca404b6e3d24a3138ed8c631752a1432f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34edfbdd8d6974fad967c2999c919fdca404b6e3d24a3138ed8c631752a1432f, en de alinea staat in dat document op bytes 19566 tot 20420.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34edfbdd8d6974fad967c2999c919fdca404b6e3d24a3138ed8c631752a1432f | shasum -a 256