Citaat | Rechtbank Limburg 25 augustus 2017

Onder 4.14. Rechtbank Limburg 25 augustus 2017

Een alinea uit Rechtbank Limburg 25 augustus 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:8348.

De eerste component die van belang is bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding is de mate van verwijtbaarheid van het handelen en/of nalaten van de werkgever sec, dus geabstraheerd van de eventuele gevolgen voor de werknemer. Hiervoor is al overwogen dat en waarom het handelen van Transpo in hoge mate verwijtbaar geacht wordt. Daarvoor dient [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] gecompenseerd te worden. Anders dan tot nu toe wel werd aangenomen, blijkt uit voornoemde uitspraak van de Hoge Raad echter dat de billijke vergoeding niet als een ‘strafsanctie’ mag worden beschouwd. De kantonrechter zal dat dan ook niet doen, zij het dat het op de verwijtbaarheid stoelende punitieve karakter van de toe te passen sanctie toch op enige manier tot uitdrukking zal komen (en zo ook ervaren zal worden). Er zijn geen richtlijnen voor het bepalen van de maat van deze component van de billijke vergoeding, hetgeen de wetgever overigens ook zo heeft gewenst. Alles afwegend acht de kantonrechter in dit geval een bedrag van € 5.000 bruto voor deze component van de vergoeding billijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7823d55c211541b9fb87476887cb68a4c8df83dd7056b6db5f022219c5a3b436. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7823d55c211541b9fb87476887cb68a4c8df83dd7056b6db5f022219c5a3b436, en de alinea staat in dat document op bytes 37927 tot 39053.