Citaat | Rechtbank Limburg 24 oktober 2018

Onder 4.2.7. Rechtbank Limburg 24 oktober 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10149.

Dat deskundigenoordeel van het UWV, van 25 juli 2018, ligt er inmiddels. De kantonrechter maakt de inhoud van dat oordeel tot het zijne. Dat oordeel van het UWV laat aan duidelijkheid niets te wensen over: [verweerster] moet medisch gezien met het openbaar vervoer van en naar haar werk kunnen reizen, ook in de middag kunnen werken én de aangeboden werkzaamheden binnen WOZL aan kunnen. Ofschoon de kantonrechter [verweerster] kan nageven dat de verzekeringsarts in zijn rapportage summierlijk heeft onderbouwd hoe hij tot dit oordeel komt, laat dat onverlet dat de kantonrechter – die zelf immers geen arts is – van de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts moet uitgaan. Temeer nu tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerster] vanaf 3 of 4 april 2018 bij VDL in Born (!) werkzaam is. De reisafstand naar die locatie, de arbeidsduur (van vier maal negen uur per dag), het aanvangstijdstip van haar diensten bij VDL (om 06.00 uur) én de ontboezeming van [verweerster] tijdens de voortgezette mondelinge behandeling dat zij incidenteel ook wel eens zelf met de auto naar Born rijdt, zijn voor de kantonrechter op geen enkele wijze te rijmen met de beperkingen op grond waarvan [verweerster] meent de reisafstand met de bus van en naar haar werk bij WOZL aan de Wenckebachstraat 10 te Kerkrade niet te kunnen overbruggen en de werkzaamheden op die locatie als niet passend meent te vinden. Voorts miskent [verweerster] dat zij door nieuwe arbeid bij VDL te aanvaarden met een arbeidsomvang van 36 uur per week (verdeeld over vier dagen), ook praktisch gezien niet in staat moet worden geacht om daarnaast ook nog eens – vanwege de door haar gestelde energetische klachten - twaalf uur per week (verdeeld over drie dagen) bij WOZL te werken. Daar komt nog bij dat WOZL pas door de opmerking van de arbeidsdeskundige (vastgelegd in het rapport d.d. 26 april 2018 in het kader van de herbeoordeling WIA) heeft moeten vernemen dat [verweerster] werkzaamheden voor VDL verricht. Van [verweerster] had mogen worden verwacht dat zij WOZL daarover zelf in kennis had gesteld, hetgeen zij evenwel heeft nagelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159, en de alinea staat in dat document op bytes 17906 tot 20086.