Citaat | Rechtbank Limburg 24 oktober 2018
Onder 4.7.1. Rechtbank Limburg 24 oktober 2018
Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10149.
Tussen partijen staat vast dat er in december 2017 een bedrag van € 1.826,23 netto door WOZL aan [verweerster] ten titel van achterstallig loon is uitbetaald. Omdat WOZL haar vordering heeft gegrond op onverschuldigde betaling, moet de kantonrechter aan de hand van het bepaalde in art. 6:203 lid 1 BW beoordelen of daarvan sprake is. In dat artikellid is bepaald dat de degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd is dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Onder omstandigheden kan het terugvorderen op grond van onverschuldigde betaling echter in strijd zijn met de eisen van goed werkgeverschap als bedoeld in art. 7:611 BW (in gelijke zin: gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 10 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1727).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159, en de alinea staat in dat document op bytes 23902 tot 24705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159 | shasum -a 256