Citaat | Rechtbank Limburg 24 oktober 2018
Onder 4.7.3. Rechtbank Limburg 24 oktober 2018
Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10149.
De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster] niet de dupe mag worden van deze fout van het UWV. [verweerster] mocht er op 11 december 2017 op vertrouwen dat het oordeel van het UWV juist was en dat zij dientengevolge ook recht had op het aan haar uitbetaalde bedrag van € 1.826,23 netto. Een dergelijke fout van het UWV kan en mag in alle redelijkheid niet voor rekening van [verweerster] komen, temeer nu ook voor de kantonrechter pas in het deskundigenoordeel van het UWV van 25 juli 2018 een einde is gekomen aan de onduidelijkheid of [verweerster] medisch gezien met het openbaar vervoer van en naar haar werk in Kerkrade kon reizen, in de middag kon werken en of zij de aangeboden werkzaamheden binnen WOZL aankon. Zeker als daarbij wordt meegewogen dat het hier gaat om een kwetsbare werkneemster met een wsw-indicatie die vier kinderen heeft, waarvan er nog twee thuiswonend zijn. Onder deze omstandigheden is het terugvorderen van het bedrag van € 1.826,23 netto in strijd met de eisen van goed werkgeverschap als bedoeld in art. 7:611 BW. Deze vordering van WOZL op [verweerster] wordt mitsdien afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159, en de alinea staat in dat document op bytes 27202 tot 28352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/616a41ccb2d8c2d596006e53b616eb80fe2bc670fdba8ed4e7787bd6635f6159 | shasum -a 256