Citaat | Rechtbank Limburg 14 november 2018
Onder 4.2. Rechtbank Limburg 14 november 2018
Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 november 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10698.
[eiser] heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Voordat [gedaagde] de coniferenhaag aanplantte is meermaals het kadaster ter plaatse geweest in verband met het inmeten van het perceel van [gedaagde] en het bepalen van de grens tussen de percelen. Uit een brief van het kadaster van 30 maart 1992 (prod. 5 [eiser] ) is af te leiden dat de grens begin maart 1991 is ingemeten, waarbij ijzeren buizen in de grond zijn geslagen en houten piketten zijn geplaatst. Op 25 maart 1991 is het afgepaalde perceel door de toenmalige verkoper (Grouwels Daelmans Vastgoed BV) aan [gedaagde] in eigendom overgedragen. Op dat moment wist [gedaagde] dus exact waar de erfgrens liep. Ook op 9 juli 1991 heeft het kadaster het perceel opgemeten; [gedaagde] was daarbij aanwezig. De erfgrens liep in een rechte lijn naar achteren, terwijl de haag onder een opvallend schuine lijn is aangeplant op het naburige perceel. Aan de achterzijde van het perceel staat de haag zelfs 1,65 meter over de grens. Voorts vormt de brief van [gedaagde] van 28 februari 1992 (prod. 5 [eiser] ) aan de verkoopmakelaar (Peters Projectontwikkeling BV) een aanwijzing dat [gedaagde] wist hoe de perceelsgrens liep. In die brief klaagt [gedaagde] over een verschil tussen de gemeten perceelgrootte (706 m²) en de oppervlakte die het perceel zou moeten hebben (980 m²). [gedaagde] verwijst daarbij naar een bij de brief gevoegd kadastraal uittreksel en een kadastraal plan, maar legt deze stukken in de procedure niet over. [eiser] denkt dat de reden hiervan is dat daarop hetzelfde te zien is geweest als op de kadastrale kaart die [eiser] (als prod. 2) in het geding heeft gebracht, waarop zichtbaar is dat de erfgrens in een rechte lijn naar achteren liep, zodat het perceel van [gedaagde] een rechthoek vormde. Het over een schuine lijn aanplanten van de coniferenhaag moet daarom als niet te goeder trouw worden aangemerkt. Nadat [eiser] was gebleken dat de coniferenhaag niet op de kadastrale grens stond, heeft op verzoek van [eiser] op 24 oktober 2014 een grensreconstructie door het kadaster plaatsgevonden. Op drie plaatsen zijn daarbij de originele ijzeren buizen in de grond aangetroffen die bij de oorspronkelijke grensuitzetting zijn aangebracht. Pal voor de coniferenhaag bevindt zich de voet van een zuil die [gedaagde] in de jaren negentig van de vorige eeuw heeft laten plaatsen. Bij het graven van de fundering voor deze zuil moet [gedaagde] een zich ter plaatse bevindende ijzeren buis van het kadaster zijn tegengekomen en datzelfde geldt voor de sleuf die [gedaagde] voor de coniferenhaag heeft moeten graven. Een iets verderop op de kadastrale grens geplaatste (tweede) buis is op ongeveer 20 cm onder het maaiveld afgebroken. [gedaagde] wist, gelet op dit alles, waar de kadastrale erfgrens liep en heeft de coniferenhaag opzettelijk over deze grens heen geplant en datzelfde geldt voor de door [gedaagde] geplaatste zuil. Subsidiair heeft [eiser] aangevoerd dat [gedaagde] niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan en de strook grond, circa 46 m² groot, daarom niet te goeder trouw in bezit heeft genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da, en de alinea staat in dat document op bytes 18609 tot 21735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da | shasum -a 256