Citaat | Rechtbank Limburg 14 november 2018
Onder 4.15. Rechtbank Limburg 14 november 2018
Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 november 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10698.
De rechtbank zal geen acht slaan op de bij antwoordakte in het geding gebrachte tekening, nu [gedaagde] daarop niet meer heeft kunnen reageren. Wel heeft de rechtbank vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat [gedaagde] - voordat hij de coniferenhaag aanplantte - een kadastraal uittreksel van zijn perceel alsmede een kadastraal plan in zijn bezit had en van de inhoud ervan kennis droeg. Niet bekend is wat deze documenten nauwkeurig behelsden - partijen verschillen daarover van mening en de stukken zijn niet in het geding gebracht - maar ook aan de leveringsakte die op 25 maart 1991 is gepasseerd, waardoor [gedaagde] de eigendom van zijn perceel verkreeg, was een tekening gehecht. [eiser] heeft daar bij repliek specifiek op gewezen. Onder A is in de notariële akte vermeld dat het te leveren perceel is “aangegeven op een aan deze akte gehechte tekening.” Nu [gedaagde] hierop niet heeft gerespondeerd, gaat de rechtbank ervan uit dat [gedaagde] vóór het plaatsen van de haag in ieder geval een tekening heeft gehad waarop het perceel als zodanig zichtbaar is geweest. Daar komt bij, dat het kadaster vóór de eigendomsoverdracht (begin maart 1991) van perceel [kadasternummer 2] aan [gedaagde] de erfgrens heeft ingemeten en daarna (9 juli 1991) nog een keer, de laatste keer in aanwezigheid van [gedaagde] . De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat [gedaagde] toen exact geweten heeft waar de erfgrens liep. Desondanks heeft [gedaagde] de coniferenhaag vervolgens in een zodanig schuine lijn over het naburige perceel uitlopend aangeplant, dat aan de achterzijde de erfgrens liefst met 1,65 meter is overschreden. De rechtbank acht dat minst genomen uitermate lichtzinnig, wat er ook zij van de - door [eiser] niet geloofwaardig gevonden - stelling van [gedaagde] dat de door het kadaster geplaatste piketpalen op dat moment verdwenen zouden zijn geweest. Dat [gedaagde] , zoals hij aanvoert, op de makelaar van de verkoper zou zijn afgegaan, leidt niet tot een ander oordeel. Dat legt hoe dan ook onvoldoende gewicht in de schaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da, en de alinea staat in dat document op bytes 35834 tot 37929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da | shasum -a 256