Citaat | Rechtbank Limburg 14 november 2018
Onder 4.16. Rechtbank Limburg 14 november 2018
Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 november 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10698.
Daarbij neemt de rechtbank voorts het volgende in aanmerking. Ten tijde van het planten van de coniferenhaag ging [gedaagde] ervan uit dat zijn perceel kleiner was dan het volgens de koop- en leveringsakte had moeten zijn. [gedaagde] voelde zich daarom - zo blijkt uit zijn eigen stellingen - tekortgedaan. Dat is op zichzelf genomen begrijpelijk, maar de rechtbank verbindt hieraan wel de gevolgtrekking dat, zoals ook in het betoog van [eiser] besloten ligt, een buitengewoon plausibel scenario is dat [gedaagde] hiervoor op zijn beurt compensatie heeft gezocht in de grensoverschrijdende plaatsing van de coniferenhaag en dan ook wist dat de in bezit genomen grond niet tot zijn eigendom behoorde. Dat [naam eigenaar] met de situering van de coniferenhaag heeft ingestemd, zoals [gedaagde] stelt en [eiser] overigens betwist, doet niet ter zake. [naam eigenaar] moet in dat geval - en de rechtbank leest dit ook in de stellingen van [eiser] - omtrent de kadastrale erfgrens hebben gedwaald. [gedaagde] heeft immers niet gesteld dat [naam eigenaar] instemde met een afwijking van de kadastrale erfgrens; slechts dat [naam eigenaar] instemde met de plaats van de coniferenhaag. Daarmee blijft sprake van inbezitneming niet te goeder trouw door [gedaagde] (en niet van houderschap). Gelet hierop moet het plaatsen van de haag op de grond van een ander worden aangemerkt als onrechtmatig, met de jaren later intredende bevrijdende verjaring als schadeveroorzakende gebeurtenis. Dat [eiser] , zoals [gedaagde] bij dupliek nog heeft aangevoerd, geen schade heeft geleden omdat hij op zijn beurt perceel [kadasternummer 1] heeft gekocht van zijn rechtsvoorganger in de staat waarin het zich feitelijk bevond - dat wil zeggen: overeenkomstig de visuele grenzen en derhalve zonder de strook grond - is niet juist. Ondanks dat was [eiser] van die strook grond eigenaar en had hij, zoals ook in het betoog van [eiser] besloten ligt, de grond voor ommekomst van de verjaring jegens [gedaagde] als zijn eigendom kunnen opeisen, waarbij in de rede ligt dat hij dat zou hebben gedaan als hij ervan had geweten. [eiser] lijdt juist schade nu hem dat instrument niet meer ten dienste staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da, en de alinea staat in dat document op bytes 38010 tot 40200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aae1f89337a650b90a4aa815e75c725a8dbc2e2e23e1437d2fa301f3e73260da | shasum -a 256