Citaat | Rechtbank Limburg 21 december 2018

Onder 2.2.4. Rechtbank Limburg 21 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 december 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12159.

Uit artikel 6:13 van de Awb volgt voorts dat de toegang tot de rechter tegen het besluit dat is tot stand gekomen met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure afhankelijk wordt gesteld van het gebruik maken van inspraak bij het bestuursorgaan tegen het ontwerp-besluit. Op het moment dat geen zienswijzen naar voren zijn gebracht tegen het ontwerp-besluit toetst de bestuursrechter ambtshalve of de belanghebbende dat redelijkerwijs niet heeft gedaan. Als de belanghebbende redelijkerwijs verweten kan worden geen zienswijzen te hebben ingediend, verklaart de bestuursrechter het beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk. Indien er slechts zienswijzen zijn ingediend tegen bepaalde onderdelen van het ontwerp-besluit, terwijl de beroepsgronden zich richten tegen andere onderdelen van het besluit, verklaart de bestuursrechter het beroep slechts ontvankelijk voor die onderdelen waartegen zienswijzen naar voren zijn gebracht. Dit wordt ook wel de ‘onderdelenfuik’ genoemd. Vaak sluiten die onderdelen aan bij de verschillende activiteiten, zoals opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo (bouwen, afwijken van het bestemmingsplan, het oprichten en veranderen van een inrichting e.d.). Voor een verdere bespreking hiervan en relevante jurisprudentie verwijst de rechtbank naar de rechtsoverwegingen 10.2 tot en met 10.2.2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0bf9efcd3f70bed50d2b4bcb8e495abf622011231fbd1cf0515e67e229cc3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0bf9efcd3f70bed50d2b4bcb8e495abf622011231fbd1cf0515e67e229cc3f, en de alinea staat in dat document op bytes 19723 tot 21074.