Citaat | Rechtbank Limburg 21 december 2018

Onder 6.2. Rechtbank Limburg 21 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 december 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12159.

De rechtbank vraagt zich af of eiseres als lid van ‘het publiek’ (public) niet bij de rechter zou moeten kunnen opkomen voor een beoordeling door de rechter van een eventuele schending van procedurele vereisten (zoals geen of een onjuiste bekendmaking en het niet ter inzage leggen van bepaalde stukken) en inspraakrechten (zoals de mogelijkheid schriftelijk of mondeling standpunten naar voren te brengen), waarin artikel 6 van het Verdrag van Aarhus voor het publiek (public) voorziet. Zoals eerder aangegeven staat volgens de rechtbank vast dat de onderhavige procedure daar waar het betreft de mogelijkheid zienswijzen naar voren te brengen tegen het ontwerp-besluit als inspraakprocedure kan worden gezien in de zin van artikel 6 van het Verdrag van Aarhus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0bf9efcd3f70bed50d2b4bcb8e495abf622011231fbd1cf0515e67e229cc3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0bf9efcd3f70bed50d2b4bcb8e495abf622011231fbd1cf0515e67e229cc3f, en de alinea staat in dat document op bytes 30696 tot 31475.