Citaat | Rechtbank Limburg 21 december 2018

Onder 4.16. Rechtbank Limburg 21 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 21 december 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12356.

Dit is de zogenoemde restgrond: andere dan de onder a tot en met g in art. 7:669 lid 3 BW opgenomen gronden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In eerste instantie legde de regering deze bepaling zeer beperkt uit door te verwijzen naar de in de Beleidsregels Ontslagtaak UWV genoemde gronden zoals detentie, illegaliteit van de werknemer en het niet beschikken over een tewerkstellingsvergunning. De door Be Well aangehaalde voorbeelden ter onderbouwing van deze grond kan haar niet baten. In feite komen die voorbeelden immers neer op een verkapte g-grond. De regering heeft benadrukt dat de h-grond niet dient te worden gebruikt voor het repareren van een op één van de benoemde gronden onvoldoend onderbouwd ontslag. Deze h-grond kan op dit moment dus niet ertoe leiden dat verschillende andere gronden, die – gelijk hiervoor geoordeeld – op zich onvoldoende redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst opleveren, dit samengeteld wél doen (Handelingen I, 2013/13, 33818, 32, p. 10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4afd17dddd4ce34f17be11dfb6d3ef41cd133650736baaf0e3ab02ba6fe38241. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4afd17dddd4ce34f17be11dfb6d3ef41cd133650736baaf0e3ab02ba6fe38241, en de alinea staat in dat document op bytes 44868 tot 45988.