Citaat | Rechtbank Limburg 14 februari 2018

Onder 4.9.2 Rechtbank Limburg 14 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 februari 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:1464.

Een stichting met volledige rechtsbevoegdheid kan een vordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt (artikel 3:305a BW). Dit vereiste van gelijksoortigheid houdt in dat de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering strekt, zich lenen voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming ten behoeve van de gedupeerden kan worden bevorderd. Doorslaggevend voor de vraag of van gelijksoortige belangen sprake is, is of beoordeling van een vordering mogelijk is zonder naar de bijzondere individuele omstandigheden van iedere gedupeerde afzonderlijk te kijken (ECLI:NL:RBOBR:2016:3892). Het gelijksoortigheidsvereiste is dan ook een natuurlijke begrenzing van de reikwijdte van het collectief actierecht. Is het niet mogelijk de vordering te beoordelen zonder rekening te houden met de bijzondere individuele omstandigheden, dan is een collectieve vordering op grond van artikel 3:305a BW uitgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e33ff3e36e8aa0f38b3bc74f1f3fbbe8bf04df4996729c05dcf2fc189012067a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e33ff3e36e8aa0f38b3bc74f1f3fbbe8bf04df4996729c05dcf2fc189012067a, en de alinea staat in dat document op bytes 37379 tot 38466.