Citaat | Rechtbank Limburg 14 februari 2018

Onder 4.10.2 Rechtbank Limburg 14 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 februari 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:1464.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat voor de beoordeling van de rechtsvorderingen zoals door de Stichting ingesteld - anders dan de Stichting betoogt - wel degelijk naar de bijzondere individuele omstandigheden per (voormalig) POMS-medewerker dient te worden gekeken. Niet alleen maakt de Stichting in haar vorderingen zelf een onderscheid in (onder meer) de duur dat een (voormalig) medewerker werkzaam is geweest in een van de POMS-sites, in de hoedanigheid waarin de medewerker werkzaam was - al dan niet als ambtenaar -, en of er al dan niet sprake is van (het overleden zijn aan) klachten en beperkingen zoals vermeld in de coulanceregeling, maar komt het ook bij de beoordeling van de aansprakelijkheid neer op de individuele omstandigheden van de (voormalig) POMS-medewerker. Van gelijksoortige belangen in de zin van artikel 3:305a BW is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e33ff3e36e8aa0f38b3bc74f1f3fbbe8bf04df4996729c05dcf2fc189012067a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e33ff3e36e8aa0f38b3bc74f1f3fbbe8bf04df4996729c05dcf2fc189012067a, en de alinea staat in dat document op bytes 40030 tot 40912.