Citaat | Rechtbank Limburg 31 mei 2018

Onder 4.8. Rechtbank Limburg 31 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 31 mei 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:5115.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Alleen indien de voorzieningenrechter voorshands zou oordelen dat voldoende aannemelijk is dat het besluit van Veilig Thuis om het dossier niet te sluiten in een bodemprocedure niet in stand blijft, is er grond voor het treffen van de gevorderde ordemaatregel. In dat geval komen aan Veilig Thuis immers geen verdere bevoegdheden toe. Het gaat dus om de vraag of de conclusie van Veilig Thuis dat het vermoeden van kindermishandeling niet is weerlegd, juist was. In deze kort gedingprocedure is er gelet op de aard van deze procedure (zie hiervoor onder 4.1.) beperkt onderzoek mogelijk naar deze vraag. Er is sprake van een beperkt feitenonderzoek en er is (in beginsel) geen ruimte voor het horen van getuigen of het inwinnen van een oordeel van deskundigen. De voorzieningenrechter zal aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht moeten inschatten of de conclusie/het besluit van Veilig Thuis geen stand zal houden in de bodemprocedure. Alleen dan kan aanleiding zijn voor het geven van een ordemaatregel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e790e4d4a85111a19ec7521d30e7729384e506ded847b306c8da44f1170f2636. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e790e4d4a85111a19ec7521d30e7729384e506ded847b306c8da44f1170f2636, en de alinea staat in dat document op bytes 21081 tot 22159.