Citaat | Rechtbank Limburg 4 juli 2018

Alinea 32 Rechtbank Limburg 4 juli 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 juli 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:6377.

11. Uit de voorhanden zijnde gedingstukken is de voorzieningenrechter gebleken dat de ex-partner van eiseres wordt verdacht van drugshandel via internet (het Darkweb), waarbij de drugs in postpakketjes werden verstuurd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat de in de woning aangetroffen harddrugs aanwezig waren teneinde te worden verkocht , afgeleverd of verstrekt. Dat eiseres en haar partner officieel niet samenwoonden in de woning en hij elders ook een eigen woning had, acht de voorzieningenrechter niet van doorslaggevend belang. Voor de voorzieningenrechter staat voldoende vast dat de ex-partner regelmatig verbleef in de woning. Eiseres heeft in haar schriftelijke verklaring van 11 april 2018 zelf erkend dat haar ex-partner vaker verbleef in de woning, wanneer het met eiseres (psychisch) niet goed ging en hij dan voor haar dochter zorgde. Het betoog van eiseres dat er slechts sprake was van incidenteel bezoek van haar ex-partner, acht de voorzieningenrechter dan ook niet aannemelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b21f7c168f563d32fa07cc9f3f9dd1340c789b3273b0bd2a9bc498bdbde938e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b21f7c168f563d32fa07cc9f3f9dd1340c789b3273b0bd2a9bc498bdbde938e, en de alinea staat in dat document op bytes 15922 tot 17008.