Citaat | Rechtbank Limburg 29 augustus 2018

Onder 4.15 Rechtbank Limburg 29 augustus 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 augustus 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:8246.

Nu het tweede onderdeel van de vordering echter zodanig is geformuleerd dat [gedaagde] pas aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] dient te betalen nadat zij zelf aan de Bank hebben betaald, hoeft het bovenstaande naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet aan toewijzing van die vordering in de weg te staan. Op dezelfde grond faalt in dit geval het betoog van [gedaagde] dat een regresvordering niet verenigbaar zou zijn met een oproeping in vrijwaring, zodat de rechtbank aan een nadere beoordeling van deze stelling niet meer toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96453f2eae573e6ac40f360222483181af8d01858105f3f99dc8e478d957b977. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96453f2eae573e6ac40f360222483181af8d01858105f3f99dc8e478d957b977, en de alinea staat in dat document op bytes 23393 tot 23948.