Citaat | Rechtbank Limburg 31 januari 2018

Onder 5 Rechtbank Limburg 31 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Limburg 31 januari 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:882.

6. Over het principiële punt dat partijen verdeeld houdt, namelijk in hoeverre een verzekeraar in zijn hoedanigheid als garantsteller in rechte kan opkomen tegen een besluit waarbij de uitkeringskosten van een failliete ERD op hem verhaald worden, oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtspositie van de verzekeraar die een garantie in de zin van artikel 40, tweede lid, van de Wfsv heeft afgegeven berust niet alleen op de privaatrechtelijke verzekeringsovereenkomst met de werkgever maar wordt mede beheerst door hetgeen is bepaald in de artikelen 40 van de Wfsv en 84 van de Wet WIA. De verzekeraar moet zich dan ook in een bestuursrechtelijke procedure jegens verweerder kunnen beroepen op correcte toepassing van die bepalingen jegens hem. De rechtbank kan zich verenigen met verweerders standpunt dat dit niet zo ver gaat dat de verzekeraar de rechtmatigheid van de toekenning van de uitkering in een procedure over een verhaalbesluit als het onderhavige ter discussie kan stellen. Daarmee zou een ongerechtvaardigde inbreuk worden gemaakt op de rechtszekerheid die de betrokken, buiten de verzekeringsovereenkomst staande, (ex-)werknemer ontleent aan een in rechte onaantastbare toekenningsbeslissing. Bovendien zou dit een ontoelaatbare schending van de privacy van die (ex-)werknemer opleveren. De rechtbank ziet echter niet in dat de rechtszekerheid, dan wel een belang van feitelijke aard, van de ERD of de (ex-)werknemer zich ertegen verzet dat de verzekeraar de feitelijke grondslag en rechtmatigheid van de toerekening van de uitkeringskosten aanvecht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat die toerekening bepalend is voor de op de verzekeraar rustende verplichting om de kosten van een uitkering te vergoeden, terwijl voor hem, althans zolang de ERD zijn verplichting nakomt, geen bezwaar tegen een toerekeningbesluit mogelijk is. Ten aanzien van de in geding zijnde verhaalsbesluiten komt hier nog bij dat nergens uit blijkt dat over de uitkeringskosten van de betrokken (ex-)werknemers toerekeningbesluiten zijn genomen die (mede) betrekking hebben de in de in geding zijnde periode. Het voorgaande betekent dat, anders dan verweerder van mening is, de verzekeraar in de fase van de primaire besluitvorming over op hem toegepast verhaal de kans dient te krijgen om kennis te nemen van de relevante uitkeringsgegevens en zijn zienswijzen moet kunnen geven over de vraag of de desbetreffende uitkeringskosten onder het bereik van de garantstelling vallen. Daarbij kunnen door eiseres in geding gebrachte aspecten, zoals de vraag of sprake is van overgang van onderneming, of een werknemer vangnetter is, onder een no-riskpolis valt of inmiddels de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, aan de orde komen. Het komt de rechtbank voor dat het niet nodig is om medische en andere gegevens die de privacy van de werknemer betreffen, daarbij te betrekken. Bedoelde zienswijzen van de verzekeraar, dan wel andere aanwijzingen, kunnen het Uwv onder omstandigheden nopen om nader onderzoek te verrichten. Uit het voorgaande volgt tevens dat de verzekeraar de rechtmatigheid van de toerekening van de uitkeringskosten, anders dan de toekenning van de uitkering, ook in bezwaar en beroep tegen een verhaalsbesluit kan aanvechten. Verweerder heeft het voorgaande in zijn primaire besluitvorming en ook bij zijn heroverweging in bezwaar niet onderkend. Aan het primaire standpunt van verweerder ontbreekt dan ook in zoverre een deugdelijke motivering in de zin van artikel 7:12 van de Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/276a7a0156bec5d07386b1d3cfa422c978d9eb558627b46e4fa2fc609a4f4f92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 276a7a0156bec5d07386b1d3cfa422c978d9eb558627b46e4fa2fc609a4f4f92, en de alinea staat in dat document op bytes 18320 tot 21836.