Citaat | Rechtbank Limburg 4 april 2019

Onder 4.2. Rechtbank Limburg 4 april 2019

Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 april 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:3208.

Het preliminaire verweer van de Stichting behelst dat op grond van de cao een verlengde opzegtermijn van zes maanden geldt, zodat ook toewijzing van de vordering er niet toe leidt dat de arbeidsovereenkomst eerder eindigt dan 29 augustus 2019. Dit verweer wordt verworpen. De cao bepaalt in art. 2.9 lid 3 dat de opzegtermijn (afhankelijk van de duur van het dienstverband) één, twee of drie maanden is. Er geldt krachtens deze bepaling wel een langere termijn als de werknemer op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was en voor hem op die datum een langere opzegtermijn gold dan drie maanden. In dat geval blijft als de werkgever opzegt die langere termijn gelden. De Stichting heeft verder niet onderbouwd dat op 1 januari 1999 in [eiser] ’ geval een langere opzegtermijn dan drie maanden gold en dus evenmin dat er een opzegtermijn van zes maanden gold (en geldt). Niet is dus komen vast te staan dat die door de Stichting gestelde langere opzegtermijn tussen partijen geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc669d0b99137ded07f5a5abbfd4297d99312ac6a2d71309b66a0a2bf6c3eb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc669d0b99137ded07f5a5abbfd4297d99312ac6a2d71309b66a0a2bf6c3eb7, en de alinea staat in dat document op bytes 11626 tot 12617.