Citaat | Rechtbank Limburg 4 april 2019

Onder 4.7. Rechtbank Limburg 4 april 2019

Een alinea uit Rechtbank Limburg 4 april 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:3208.

[eiser] wijst erop dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diverse malen heeft verklaard dat het (kort gezegd) niet getuigt van fatsoenlijk werkgeverschap als de werkgever een slapend dienstverband laat voortbestaan met als enige reden dat hij geen transitievergoeding wil betalen. Die mededelingen van de minister laten echter onverlet dat volgens vaste jurisprudentie de werkgever in een situatie als die van [eiser] niet verplicht is de arbeidsovereenkomst op te zeggen en dat die verplichting ook niet zonder meer uit art. 7:611 BW volgt. Dat de Stichting de arbeidsovereenkomst met [eiser] niet wenst op te zeggen om zo te voorkomen dat zij aan hem een transitievergoeding dient te betalen, is dus volgens constante jurisprudentie niet in strijd met goed werkgeverschap. Werknemers die voldoen aan het bepaalde in art. 7:669 lid 2 aanhef en onder b BW, hebben immers niet zonder meer recht op een transitievergoeding. Dat recht ontstaat eerst in geval van opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. Als de redenering van [eiser] gevolgd zou moeten worden, namelijk dat een werkgever dan verplicht is de arbeidsovereenkomst op te zeggen, wordt in wezen een dergelijk recht in het leven geroepen. De wetgever heeft daar niet voor gekozen. Verder is van belang dat [eiser] door de weigering van de Stichting niet wordt gedwongen in dienst van de Stichting te blijven. Het staat hem immers vrij om zelf de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc669d0b99137ded07f5a5abbfd4297d99312ac6a2d71309b66a0a2bf6c3eb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc669d0b99137ded07f5a5abbfd4297d99312ac6a2d71309b66a0a2bf6c3eb7, en de alinea staat in dat document op bytes 15146 tot 16635.