Citaat | Rechtbank Limburg 29 januari 2019

Onder 4.3.6 Rechtbank Limburg 29 januari 2019

Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:810.

Wat er volgens de rechtbank (en de officier van justitie) gebeurd is, is dat de verdachte en [medeverdachte 1] in deze handel hun voorraden aangevuld hebben met valse zegels. In 2011, met de toenemende bestellingen via internet, ging het uiteindelijk vrijwel uitsluitend om valse zegels (in combinatie met de echte bijplakzegels van lage waarden) en zijn de verdachten tegen de lamp gelopen. De verkopen voorafgaand aan de ontdekking van de valse zegels vonden plaats op dusdanig grote schaal, dat het op zichzelf valide verhaal van de verdachte en [medeverdachte 1] van inkopen van frankeergeldige zegels niet meer op kan gaan. Vervolgens is dat met nepfacturen gemaskeerd in de administratie van [naam bv 2] en met nepbetalingen in de omschrijvingen bij overboekingen van [naam bv 1] naar een rekeningen van de verdachte en zijn familieleden. Dat blijkt uit het hierna weer te geven bewijs, naast uit wat de rechtbank hiervoor al heeft vermeld ter zake van de valsheid en wetenschap van de verdachte (een aanzienlijke partij gelet op de productiewijze die duidt op één bron en de modus operandi).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712, en de alinea staat in dat document op bytes 52315 tot 53428.