Citaat | Rechtbank Limburg 29 januari 2019

Onder 4.3.9 Rechtbank Limburg 29 januari 2019

Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:810.

Bij de andere verdachten is dat echter niet zonneklaar. De verdachte heeft zijn zus [medeverdachte 6] en zijn toenmalige partner [medeverdachte 5] werkzaamheden laten verrichten voor de handel in postzegels. [medeverdachte 4] , de vader van de verdachte, heeft geregeld dat de verdachte over de bankrekening van [naam bv 1] kon beschikken ten behoeve van [naam website 1] , in de periode dat deze B.V. nog op naam van [medeverdachte 2] stond. Dat maakt hen echter niet zonder meer een strafbare deelnemer aan de handel in valse zegels, de oplichting van klanten en witwassen. Zijn zus en ex-partner hebben structureel, planmatig en duurzaam gewerkt voor de verdachte, maar dat is niet genoeg: zij moeten er ook bewijsbaar van op de hoogte zijn geweest dat de verdachte en [medeverdachte 1] hen inzetten voor de verkoop van valse zegels. Daarvoor bevat het dossier echter onvoldoende harde aanknopingspunten. De valsheid van de zegels was niet gemakkelijk te zien en nergens blijkt uit dat zij bijzondere deskundigheid dienaangaande bezaten. De aard van hun relatie met de verdachte maakt ook niet dat zij geweten moeten hebben dat de verdachte valse zegels aan zijn klanten verkocht. Zij kunnen dus niet als medeplegers van de feiten 2 en 3 of deelnemers van een criminele organisatie worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712, en de alinea staat in dat document op bytes 96023 tot 97338.