Citaat | Rechtbank Limburg 29 januari 2019
Onder 8.4 Rechtbank Limburg 29 januari 2019
Een alinea uit Rechtbank Limburg 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:810.
Er bestaat alleen een verplichting tot vergoeding van immateriële schade als de door de verdachte geschonden norm strekt tot bescherming van het slachtoffer tegen de die schade. Artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, oplichting, beschermt andermans vermogen en daarnaast het vertrouwen in het handelsverkeer. Daarom kan alleen vermogensschade, materiële schade, voor vergoeding in aanmerking komen. Immateriële schade kan dan niet worden aangemerkt als rechtstreeks gevolg van het feit. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren voor dat deel van de vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712, en de alinea staat in dat document op bytes 130793 tot 131406.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60b04021d4366361cb81d4694ab331744b920d81257c27b95ca7c0896e2ba712 | shasum -a 256