Citaat | Rechtbank Limburg 30 maart 2020

Onder 17.1 Rechtbank Limburg 30 maart 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 maart 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:2727.

De rechtbank stelt vast dat de bezwaren van eisers in essentie hetzelfde zijn als de gronden die zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank heeft hiervoor in de uitspraak geoordeeld dat deze gronden niet slagen. Wat eisers in beroep niet meer hebben aangevoerd is dat geen sprake is van ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, van de Awb en dat uit het weigeringsbesluit 1 onvoldoende duidelijk blijkt waarom er ernstige bezwaren tegen hun gemachtigde bestaan. Deze gronden heeft gemachtigde van eisers in zijn beroepszaken wel aangevoerd. De rechtbank heeft in de uitspraak van vandaag op de beroepen van gemachtigde van eisers over deze gronden geoordeeld dat ze niet slagen. De rechtbank verwijst naar rechtsoverwegingen 8.1 tot en met 8.4 van die uitspraak. Verweerder heeft er op grond van de bezwaarschriften van eisers daarom redelijkerwijs niet aan hoeven te twijfelen dat de bezwaren van eisers niet tot andere besluiten kunnen leiden dan de genomen bestreden besluiten. Verweerder heeft eisers daarom niet hoeven te horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fed9d21faaf30c5ed217989139c1ac4e4ce3c28955e7b2f809d77f99e658d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fed9d21faaf30c5ed217989139c1ac4e4ce3c28955e7b2f809d77f99e658d47, en de alinea staat in dat document op bytes 29026 tot 30093.