Citaat | Rechtbank Limburg 24 juni 2020

Onder 2.2. Rechtbank Limburg 24 juni 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 juni 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4574.

Bij dagvaarding heeft [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] gesteld dat de rechtbank Limburg bevoegd is, aangezien [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] in [vestigingsplaats 1] is gevestigd en er op grond van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) noch op grond van enig verdrag een andere rechter bevoegd is ex art. 6 onder 1 Rv, nu de aan de eis ten grondslag liggende verbintenis (de verplichting tot schadevergoeding) in Nederland (ten kantoren van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ) dient te worden nagekomen (zie ook art. 6:115 BW). [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft in antwoord aangevoerd dat zij de Nederlandse procedure eerder heeft ingesteld. Er is geen reden de procedure aan te houden, nog daargelaten dat in de Verenigde Staten geen titel kan worden verkregen die in Nederland kan worden geëxecuteerd, terwijl een Amerikaanse titel niet voor erkenning op grond van wet of verdrag vatbaar is. Tussen partijen is regerend de Finished Goods Manufacturing Agreement van 24 september 1998 (productie 4 dagvaarding). Er is tussen partijen niet gecontracteerd op grond van het concept Manufacturing Agreement van 2015 (productie 5 dagvaarding). [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft aan haar vordering onder meer ten grondslag gelegd het door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] bewust veranderen van receptuur van voedingssupplementen, die voor de Europese Unie (EU) bestemd waren. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] is namelijk eigenhandig het receptuur gaan veranderen en stoffen als titanium coating op de tabletten gaan toevoegen zonder dit op de verpakking te vermelden, waardoor de supplementen niet meer in de EU mochten worden verhandeld, hetgeen [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] wist. Dat is verscheept op basis van FOB laat onverlet dat verkocht is op basis van FOB met additionele diensten, te weten verscheping naar en ten behoeve van de EU en de garantie dat de producten daar konden worden geïntroduceerd. De dienst strekt zich uit tot in de EU. Nu de producten in Nederland zijn ingevoerd om te worden verhandeld, is in Nederland schade toegebracht die is veroorzaakt door handelen van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] , hetgeen als zodanig een onrechtmatige daad oplevert. Nu de schade in Nederland wordt geleden, is de Nederlandse rechter de forum convenience . Er is niet alleen sprake van een koopovereenkomst, maar van een gemengde overeenkomst op grond waarvan de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] geleverde goederen in Nederland arriveerden en de facto werden afgeleverd met een bevestiging van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] dat de goederen hier konden worden verhandeld, hetgeen niet het geval is. Wat betreft de overige vorderingen komt de Nederlandse rechter op grond van art. 7 Rv rechtsmacht toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7, en de alinea staat in dat document op bytes 10854 tot 13924.