Citaat | Rechtbank Limburg 24 juni 2020
Onder 3.3. Rechtbank Limburg 24 juni 2020
Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 juni 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4574.
Ingevolge art. 6 sub e Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen. De rechtbank stelt echter vast dat het door [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] in de dagvaarding bij petitum gevorderde uitsluitend ziet op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende schade (zie ook nr. 14 dagvaarding). Dat, zoals [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft aangevoerd, de vordering ook ziet op een door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] jegens haar gepleegde onrechtmatige daad blijkt niet uit het door haar bij petitum gevorderde. De rechtbank gaat om die reden hieraan verder voorbij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7, en de alinea staat in dat document op bytes 14951 tot 15791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7 | shasum -a 256