Citaat | Rechtbank Limburg 24 juni 2020

Onder 3.5. Rechtbank Limburg 24 juni 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 24 juni 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4574.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt dat levering plaatsvond in Californië, aangezien de inscheping op basis van FOB plaatsvond in de haven van Los Angeles (VS), terwijl [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft aangevoerd dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] heeft verkocht op FOB basis met additionele diensten, te weten de verscheping naar en ten behoeve van de Europese Unie en de garantie dat de producten daar konden worden geïntroduceerd, reden waarom de dienst zich uitstrekt tot in Europa. De rechtbank is van oordeel dat uit hetgeen [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft aangevoerd, zonder nadere onderbouwing niet is af te leiden dat partijen handelden op basis van FOB met additionele diensten, waaronder de gestelde garantie. De rechtbank volgt [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] dan ook niet in haar stelling dat de verbintenissen uit overeenkomst in Nederland zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd, zodat hieruit geen rechtsmacht van de Nederlandse rechter kan worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc0219be110ea953300905f6e1b6878d151cde2652eed95877885c7cb103ca7, en de alinea staat in dat document op bytes 16721 tot 17848.