Citaat | Rechtbank Limburg 16 juli 2020

Onder 7.4 Rechtbank Limburg 16 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 16 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5198.

De benadeelde partij vordert vergoeding van affectieschade. Het vorderen van affectieschade is zoals gezegd vanaf 1 januari 2019 mogelijk voor de in artikel 6:108 BW, vierde lid, genoemde naasten van het door het misdrijf overleden slachtoffer. De rechtbank overweegt dat broers en zussen van slachtoffers niet standaard voor vergoeding in aanmerking komen. Om voor vergoeding van affectieschade in aanmerking te komen moet er bijvoorbeeld sprake zijn van een bijzonder affectieve relatie of zorgrelatie (artikel 6:108 BW, vierde lid, sub g). De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd en ook anderszins niet is gebleken dat er sprake is van een relatie die juridisch gezien als zodanig kan worden aangemerkt. Gelet hierop is de benadeelde partij geen ‘naaste’ zoals bedoeld in artikel 6:108 BW, vierde lid, en zal de rechtbank de benadeelde partij voor dit deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dd408cb3c63e2b1d6b98c28bf808975230c04a19ed87f7a9481198a75903e8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dd408cb3c63e2b1d6b98c28bf808975230c04a19ed87f7a9481198a75903e8f, en de alinea staat in dat document op bytes 69793 tot 70733.