Citaat | Rechtbank Limburg 16 juli 2020

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 16 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 16 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5198.

De rechtbank overweegt dat verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] in een wurggreep heeft vastgehouden. Hij heeft daarbij aanmerkelijk kracht gezet en achteraf vraagt hij zich zelfs af of hij de nek of het strottenhoofd van [slachtoffer] niet heeft gebroken. Verdachte heeft verder verklaard dat hij kracht is blijven zetten omdat het zijn doel was dat [slachtoffer] het mes zou laten vallen. Door hierop te blijven wachten en tot het moment dat dat doel bereikt zou zijn [slachtoffer] met een dergelijke kracht in een wurggreep te blijven houden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte bereid was om dit zo lang vol te houden totdat [slachtoffer] het mes zou laten vallen vanwege het intreden van de dood. De rechtbank is daarmee van oordeel dat verdachte ook willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] door zijn handelen zou komen te overlijden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dd408cb3c63e2b1d6b98c28bf808975230c04a19ed87f7a9481198a75903e8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dd408cb3c63e2b1d6b98c28bf808975230c04a19ed87f7a9481198a75903e8f, en de alinea staat in dat document op bytes 33739 tot 34641.