Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Onder 7.2 Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5621.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [nabestaande 1] , [nabestaande 2] , [nabestaande 3] , [nabestaande 5] en [nabestaande 6] voldoende zijn onderbouwd en daarmee toegewezen kunnen worden. Ook de vordering van [nabestaande 4] ligt voor toewijzing gereed, voor zover de vordering ziet op vergoeding van affectieschade. Zij hebben wel kanttekeningen geplaatst bij de vordering ten aanzien van shockschade. Ter zake die schadepost hebben zij zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. De reden voor afwijzing is gelegen in de omstandigheid dat er geen directe waarneming van het feit heeft plaatsgevonden noch een confrontatie met de ernstige gevolgen van het strafbare feit. Het was in ieder geval geen confrontatie die ingrijpender was dan altijd al het geval is wanneer een nabestaande wordt geconfronteerd met de moord op een geliefde. Juist die directe confrontatie is een harde eis die de Hoge Raad stelt aan de toekenning van shockschade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b, en de alinea staat in dat document op bytes 114258 tot 115290.