Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Onder 7.4 Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5621.

Allereerst dient de rechtbank te beoordelen of de nabestaanden formeel ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat er aan de verdachte een straf of maatregel moet zijn opgelegd en dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade door (een van) de bewezen verklaarde feiten. Zulks is hier het geval, waardoor de rechtbank toekomt aan een inhoudelijk oordeel van de afzonderlijke vorderingen. Aangezien de meeste vorderingen zien op eenzelfde soort schade, zal de rechtbank het juridische kader per schadesoort uiteen zetten en daar vervolgens een oordeel aan koppelen ter zake de daarop betrekking hebbende vorderingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b, en de alinea staat in dat document op bytes 118619 tot 119309.