Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5621.

Voor de rechtbank is dan ook het springende punt of de verdachte, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, al dan niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Volgens de rechtbank is daarvan geen sprake geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73dc463370bc77bf49f424e000b7ebbb2ff95f5427b22af7fc33eeb1ebfb402b, en de alinea staat in dat document op bytes 35004 tot 35249.