Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Onder 4.5. Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5627.

Bij de te maken beoordeling stelt de kantonrechter het volgende voorop. Bij een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de zogenoemde e-grond moet de werkgever aannemelijk maken dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en dat dit zodanig ernstig is dat van hem in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er moet sprake zijn van aan de werknemer toerekenbare verwijtbaarheid. Enkel de mate van verwijtbaar handelen of nalaten is bepalend voor de vraag of sprake is van een redelijke grond voor ontslag (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 43). Er wordt getoetst aan de onwil of moedwil van de werknemer, niet aan diens onkunde of onmacht. Bij de beoordeling van het verzoek om ontbinding op de e-grond dienen alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c, en de alinea staat in dat document op bytes 19983 tot 20862.