Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Onder 4.6.3. Rechtbank Limburg 30 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5627.

De kantonrechter acht bij de te maken beoordeling van belang dat door de Staat niet weersproken is dat [naam 2] een discutabele rol innam daar waar het gaat om declaraties. Door de Staat is in deze zaak echter geen onderzoek gedaan naar de rol van [naam 2] met betrekking tot de declaraties, terwijl wel vast staat dat [naam 2] die declaraties heeft gefiatteerd. De Staat stelt zich op het standpunt dat het goedkeuren van de declaraties door de leidinggevende niet wegneemt dat de declaraties onjuist zijn en daardoor verwijtbaar is gehandeld. De kantonrechter deelt dit standpunt niet met de Staat. Juist in een situatie waar voor de werknemer duidelijk is of moet zijn dat een handelwijze voor een werkgever ontoelaatbaar is en de werknemer desondanks zijn handelwijze continueert is sprake van verwijtbaar handelen of nalaten. In het geval als het onderhavige, waarbij een leidinggevende een bepaalde foutieve handelwijze zelf voorstelt, is het maar de vraag in welke mate je een werknemer hiervan een verwijt kan maken. Deze leidinggevende valt immers tot op grote hoogte te vereenzelvigen met het begrip werkgever. Als een leidinggevende een afwijkende werkwijze voorstelt en ook fiatteert kan en mag een ondergeschikte er redelijkerwijs van uit gaan dat dit door de werkgever akkoord bevonden wordt. De vereiste verwijtbaarheid komt hierdoor in verregaande mate aan het handelen te ontvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c, en de alinea staat in dat document op bytes 22964 tot 24378.