Citaat | Rechtbank Limburg 30 juli 2020
Onder 4.13. Rechtbank Limburg 30 juli 2020
Een alinea uit Rechtbank Limburg 30 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5627.
De kantonrechter kan dan ook niet anders dan concluderen dat het ingediende verzoek niet voldoet aan het bepaalde in artikel 7:686a lid 3 BW. Daarmee is de vordering verkeerd ingeleid en had in een dagvaardingsprocedure aan de kantonrechter ter beoordeling voorgelegd moeten worden. In dat geval schrijft artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor dat de kantonrechter beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. De Staat zal in de gelegenheid worden gesteld om het inleidende processtuk te verbeteren en/of aan te vullen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Roermond, op de hierna genoemde datum. Nu [verweerder] zowel schriftelijk alsook ter zitting op de schadevordering van de Staat heeft gereageerd, hoeft hij niet meer bij exploot in deze procedure te worden opgeroepen om te verschijnen. [verweerder] zal wel na indiening van het aangepaste inleidende processtuk in de gelegenheid worden gesteld om nader inhoudelijk op de schadevordering te antwoorden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c, en de alinea staat in dat document op bytes 31181 tot 32346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db1603aa19ee59ad31aa7d4a85b24143835333baaff85dc58debb7fa712a6a9c | shasum -a 256