Citaat | Rechtbank Limburg 11 november 2020

Onder 3.3 Rechtbank Limburg 11 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 11 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:8758.

De raadsman heeft bepleit dat voor een bewezenverklaring van bedreiging als genoemd in artikel 285 van het Wetboek van strafrecht vereist is dat het slachtoffer op de hoogte is geraakt van de geuite bedreiging en daardoor vreesde haar leven te verliezen. Het opzet van de verdachte moet hierop gericht zijn. De verdachte heeft deze uitlatingen gedaan tegenover zijn begeleider, [getuige] , tijdens een vertrouwelijk gesprek. Zijn begeleider heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van alles wat de verdachte tegen hem vertelt. De verdachte had daarom niet hoeven vermoeden dat deze uitlatingen bij het slachtoffer terecht zouden komen. Het ontbrak de verdachte dus aan opzet. De raadsman verwijst hierbij naar een uitspraak van het gerechtshof te Den Haag van 4 september 2019 .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb528b5e0cfb10acbb0178f41e30b69400b983190a015fc480aac6a22c4d7e07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb528b5e0cfb10acbb0178f41e30b69400b983190a015fc480aac6a22c4d7e07, en de alinea staat in dat document op bytes 24966 tot 25824.