Citaat | Rechtbank Limburg 20 november 2020
Onder 4.3 Rechtbank Limburg 20 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9077.
Uit het voorgaande volgt al dat de rechtbank de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting, niet gelooft. Met de verklaring die de verdachte heeft gegeven over de manier waarop zijn biologisch materiaal op [slachtoffer] en op diens kleding is beland, kan de rechtbank niets. De verdachte verklaart dat hij [slachtoffer] levenloos met ontbloot bovenlijf en met zijn rode pyjamabroek aan heeft aangetroffen. De verdachte verklaart dat [slachtoffer] deels op zijn buik lag en dat hij hem naar zijn rug heeft gedraaid. Hij heeft toen de ademhaling van [slachtoffer] bij zijn mond gecontroleerd, ook met zijn wang. Hij verklaart verder zijn oor op de borst van [slachtoffer] te hebben gelegd om de hartslag van [slachtoffer] te beluisteren. Hij heeft vervolgens bij [slachtoffer] gezeten en heeft de kleding van [slachtoffer] ‘gefatsoeneerd’ en ‘een beetje rechtgetrokken’. Hij heeft de pyjamabroek waarschijnlijk rechtgetrokken en schoongemaakt; een beetje blaadjes weggeveegd, aldus de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795, en de alinea staat in dat document op bytes 45122 tot 46151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795 | shasum -a 256