Citaat | Rechtbank Limburg 20 november 2020

Onder 7.3 Rechtbank Limburg 20 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9077.

Na zijn arrestatie in Spanje op 26 augustus 2018 heeft de verdachte echter meer dan twee jaren lang gebruik gemaakt van zijn zwijgrecht. Hij heeft gezwegen terwijl hij wel keer op keer minst genomen de suggestie heeft gewekt dat hij antwoorden zou kúnnen geven. Als de tijd rijp was, zou de verdachte eventueel willen verklaren; als alles volledig begrepen was. Hij had zelfs een verklaring op papier gezet, maar wil tot op heden geen openheid van zaken geven over de inhoud daarvan. Een verklaring hield hij al die tijd, naar eigen zeggen als: “een troefkaart” achter de hand. Dat moet voor de nabestaanden onverdraaglijk zijn geweest. De nabestaanden wachtten op het moment van aanhouding van de verdachte immers al 20 jaar op antwoord op de vraag wat er met [slachtoffer] is gebeurd in de laatste dagen en uren van zijn leven. Pas bij de inhoudelijke behandeling zei de verdachte dat hij ook vond dat de ouders recht hadden op antwoorden, terwijl hij al wist dat hij die antwoorden helemaal niet zou gaan geven. Dat is een wel heel bittere troefkaart om te spelen. Een verdachte mag aan zijn eigen belang denken, maar de kwetsende manier waarop deze verdachte dat heeft gedaan neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795, en de alinea staat in dat document op bytes 69443 tot 70682.