Citaat | Rechtbank Limburg 20 november 2020

Onder 7.3 Rechtbank Limburg 20 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9077.

Van de verdachte weten we dat hij eerder in de jaren ‘80 met justitie in aanraking is gekomen voor zedenfeiten met jonge kinderen, maar deze feiten zijn door de officier van justitie niet aan de rechter voorgelegd. Ze zijn voorwaardelijk geseponeerd. De zaak [slachtoffer] is de eerste zedenzaak die aan de strafrechter wordt voorgelegd. In het onderzoek naar deze zaak is naar voren gekomen dat de verdachte in de jaren 2016 en 2017 op internet op zoek was naar foto’s en video’s van seks met jonge kinderen. De rechtbank zal hierna nog ingaan op de vraag welke straf voor dit feit passend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795, en de alinea staat in dat document op bytes 73462 tot 74077.