Citaat | Rechtbank Limburg 20 november 2020

Onder 3 Rechtbank Limburg 20 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9077.

Een vervolging is dan toch toegestaan als die niet leidt tot een beperking van de persoonlijke vrijheid van de verdachte (lid 3, onder c, van artikel 27 van het kaderbesluit). In de onderhavige zaak is de verdachte echter gedetineerd. De voorlopige hechtenis is door de rechtbank immers bevolen voor alle feiten, inclusief feit 4. De verdediging stelt zich daarom op het standpunt dat de vervolging die tot nu toe heeft plaatsgevonden in strijd met het specialiteitbeginsel op geen enkele manier nog gerepareerd kan worden met een toestemming achteraf. Die stelling berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste interpretatie van het kaderbesluit. Dit volgt uit de overwegingen 75 en 76 van het arrest van 1 december 2008 het Europese Hof van Justitie inzake Leymann en Pustovarov.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795, en de alinea staat in dat document op bytes 10821 tot 11627.