Citaat | Rechtbank Limburg 20 november 2020
Onder 11 Rechtbank Limburg 20 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Limburg 20 november 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9077.
Op 5 juli 1985 omstreeks 14.45 uur bevond ik mij samen met mijn vriendje [getuige 4] in het bos te Wijnandsrade. Wij waren daar samen met de 5e klas van de lagere school van Wijnandsrade. In het bos zouden wij verstoppertje spelen. [getuige 4] en ik hadden in het bos een plaats gevonden, waar men ons niet zo snel zou vinden. Deze plaats was ongeveer 300 a 400 meter van de plaats verwijderd waar wij ons weer met de klas moesten verzamelen. Deze plaats was een zeer dicht begroeide plek. Toen wij ongeveer 5 minuten op die plaats op de grond zaten, kwam er opeens een man aan. Deze man ging gehurkt achter ons zitten en zei dat hij dacht, dat wij vuurtje aan het stoken waren. Ik heb hem toen gezegd dat wij dat niet aan het doen waren. Ik heb die man toen gevraagd of hij de boswachter was. Hij ontkende dit maar vertelde dat hij van de natuurbescherming was en veel door de bossen liep. Wij hebben toen over het bos gepraat. Opeens pakte deze man [getuige 4] en mij van achteren met zijn had voor onze monden vast. Ik zat links voor die man en [getuige 4] rechts voor die man. De man zei toen dat hij met zijn hand bij ons in de broek zou gaan. [getuige 4] verplaatste zich toen. De man trok [getuige 4] toen bij zijn arm terug op de plaats waar [getuige 4] van tevoren zat. Ik hoorde toen dat de men zei: “Het kan ook anders”. Dit zei hij tamelijk nors. Op dat moment voelde ik mij bedreigd en werd heel erg bang, omdat ik niet wist, wat er met mij zou gebeuren. De man pakte met zijn linkerhand mijn rechterarm vast en ging met zijn rechterhand onder mijn onderbroek. Hij voelde toen aan mijn geslachtsdeel. Dit duurde maar kort. De man hield mij stevig vast, maar niet zodanig, dat het pijn deed. De man heeft mij toen losgelaten en ik heb die man gevraagd of ik terug naar de klas mocht. Deze man vond dit kennelijk goed en ik ben toen opgestaan. De man heeft toen [getuige 4] vastgepakt en heeft toen kennelijk [getuige 4] aan zijn geslachtsdeel gevoeld. Ik heb dit niet precies gezien. Ik hoorde toen dat [getuige 4] op mij riep, dat ik op hem moest wachten en dat die man los moest laten. De stem van [getuige 4] klonk toen, alsof hij in paniek was. Toen hoorde ik dat die man zei: “Jij hebt een lekkerdere”. Dit zei hij op het moment dat hij mij had losgelaten en bij [getuige 4] begon te voelen. [getuige 4] is toen weer bij mij gekomen. De man had [getuige 4] kennelijk losgelaten. Wij zijn toen samen heel hard weggerend. Ik was behoorlijk overstuur en erg bang. Ik ben erg bang geweest en voelde mij door die man bedreigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795, en de alinea staat in dat document op bytes 217369 tot 219928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7101ee13a70baea9dd3636fdd9b41b1e9514f824cc5e2646a41f5042b0bfc795 | shasum -a 256