Citaat | Rechtbank Limburg 18 december 2020
Onder 3.3 Rechtbank Limburg 18 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Limburg 18 december 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:9977.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is komen vast te staan. Hoewel onbekend is gebleven of en zo ja, welke, bijdrage [verdachte] heeft geleverd aan het concrete geweld op [slachtoffer] , is haar bijdrage van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen ook ten aanzien van [verdachte] bewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a44bc8eda2497dc7c88590e73127055c83162ebbdaa4b7b30dd8b36f8021aec1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a44bc8eda2497dc7c88590e73127055c83162ebbdaa4b7b30dd8b36f8021aec1, en de alinea staat in dat document op bytes 106505 tot 107039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a44bc8eda2497dc7c88590e73127055c83162ebbdaa4b7b30dd8b36f8021aec1 | shasum -a 256