Citaat | Rechtbank Limburg 23 maart 2022

Alinea 16 Rechtbank Limburg 23 maart 2022

Een alinea uit Rechtbank Limburg 23 maart 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:2220.

6. Opposant heeft in het verzetschrift en tijdens de zitting het volgende aangevoerd tegen de uitspraak van de rechtbank. Opposant stelt dat hij het beroepschrift nog net op tijd heeft afgegeven bij een postagentschap en hij denkt dat het daar een dag is blijven liggen. Verder vindt hij dat de rechtbank heeft miskend dat de zaak voor hem van levensbelang is. Het gaat namelijk over de afwijzing van zijn aanvraag om een tegemoetkoming op grond van de Regeling CSE . Hij stelt dat hij 44 jaar als schilder heeft gewerkt en daardoor die ziekte heeft opgelopen. Door die ziekte is hij vergeetachtig, heeft hij veel hoofdpijn en heeft hij veel moeite om zijn zaken te behartigen. Opposant verklaart dat hij met schrijven en computerwerk niet handig is en dat de advocaat die hij had, zich op het laatste moment heeft teruggetrokken. Hij is daarna aan het beroepschrift begonnen met het idee dat hij daar later nog een en ander aan zou kunnen veranderen, maar daar is hij door hoofdpijn niet aan toegekomen, aldus opposant. Hij heeft ook uitgelegd dat hij niemand heeft om hem daarbij te helpen of het instellen van beroep aan over te laten. Op zijn kinderen kan hij geen beroep doen, omdat die zelf grote psychische en sociale problemen hebben. Dat hij niet wordt erkend als slachtoffer van een beroepsziekte, ervaart hij als een groot probleem. Opposant vindt dus dat er heel wat redenen zijn waarom de rechtbank over de mogelijke termijnoverschrijding zou moeten heenstappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e98b061382c70663073cc93292efc69ed88aa344643a9d736e7ab0af459f6f38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e98b061382c70663073cc93292efc69ed88aa344643a9d736e7ab0af459f6f38, en de alinea staat in dat document op bytes 10089 tot 11641.