Citaat | Rechtbank Limburg 23 maart 2022

Alinea 17 Rechtbank Limburg 23 maart 2022

Een alinea uit Rechtbank Limburg 23 maart 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:2220.

7. Over de gronden van het verzet oordeelt de rechtbank als volgt. Wat betreft de datum van verzending van het beroepschrift moet de rechtbank afgaan op het poststempel. Daaruit blijkt dat het beroepschrift een dag te laat ter post is bezorgd. Dat het is blijven liggen bij het postagentschap is een veronderstelling van opposant die hij verder niet heeft onderbouwd. Die verzetsgrond slaagt dus niet. De vraag is dan wel nog of de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten twijfel staat dat er geen reden is om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten op grond van artikel 6:11 van de Awb . De rechtbank stelt vast dat wat in die uitspraak is overwogen, in overeenstemming is met de vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechters. Opposant heeft immers, ook na verzet, niet door objectief bewijs aannemelijk gemaakt dat hij absoluut niet in staat was om binnen de beroepstermijn een beroepschrift, eventueel op naderhand aan te voeren gronden, in te sturen of tijdig iemand anders te vragen hem daarbij te helpen of dit namens hem te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e98b061382c70663073cc93292efc69ed88aa344643a9d736e7ab0af459f6f38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e98b061382c70663073cc93292efc69ed88aa344643a9d736e7ab0af459f6f38, en de alinea staat in dat document op bytes 11661 tot 12826.