Citaat | Rechtbank Limburg 27 februari 2025
Onder 4.2. Rechtbank Limburg 27 februari 2025
Een alinea uit Rechtbank Limburg 27 februari 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:1875.
In een executiegeschil kan de kantonrechter de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke uitspraak slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Dit betreft voorbeelden van een situatie waarin de partij die bevoegd is een uitspraak ten uitvoer te leggen, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening kan komen en dan dus haar bevoegdheid misbruikt. Deze maatstaf is na het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 (ECLI:Nl:HR:2019:2026) onveranderd gebleven voor uitspraken waartegen geen rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fbbbcdef24d019f2dec5c800a46cdced74061f5e10fa570cec03533554a2cf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fbbbcdef24d019f2dec5c800a46cdced74061f5e10fa570cec03533554a2cf1, en de alinea staat in dat document op bytes 14244 tot 15548.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fbbbcdef24d019f2dec5c800a46cdced74061f5e10fa570cec03533554a2cf1 | shasum -a 256