Citaat | Rechtbank Limburg 2 november 2026

Onder 7.1 Rechtbank Limburg 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Limburg 2 november 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:11847.

Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelden, is de rechtbank van oordeel dat zij door de onder feit 1 en feit 4 bewezenverklaarde feiten op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Het behoeft geen uitleg dat een ontploffing van een zware vuurwerkbom bij de voordeur van een woning een ernstige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners en dat ook de geestelijke integriteit hiermee wordt aangetast. Dat is nadrukkelijker aan de orde indien er meermaals een ontploffing plaats vindt en de slachtoffers werkelijk niet kunnen bevroeden uit welke hoek het gevaar komt. De benadeelden komen daarom in aanmerking voor vergoeding van immateriële schade. De rechtbank heeft voor het toe te wijzen bedrag rekening gehouden met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend en met de Rotterdamse Schaal, die voor bedreigende situaties door een ontploffing waarbij de bewoners thuis zijn een bandbreedte kent van € 1.000 - € 5.000, en acht voor beide ontploffingen aan het adres van de benadeelden waarbij zij niet thuis waren toewijzing tot een bedrag van € 3.000,- per benadeelde aan immateriële schadevergoeding billijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49f30e15eb0d41cdf234be06804420e771eccbac4f4433cc2ab6d740fa328b24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49f30e15eb0d41cdf234be06804420e771eccbac4f4433cc2ab6d740fa328b24, en de alinea staat in dat document op bytes 33147 tot 34363.