Citaat | Rechtbank Limburg 2 november 2026
Onder 3.3 Rechtbank Limburg 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Limburg 2 november 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:11863.
De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide tenlastegelegde feiten en als mededader aanwezig is geweest bij de haar telastegelegde feiten. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor bewijs van het feit of de feiten waarop het in het bijzonder betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0939fe78a2fe9f0d8cc447b9f4020ef216b394876a5be484b21b01b0e6503a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0939fe78a2fe9f0d8cc447b9f4020ef216b394876a5be484b21b01b0e6503a4, en de alinea staat in dat document op bytes 35937 tot 36336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0939fe78a2fe9f0d8cc447b9f4020ef216b394876a5be484b21b01b0e6503a4 | shasum -a 256